Als zzp’er zonder arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) heb je bij ziekte geen automatisch inkomen. Je kunt tijdelijk terugvallen op spaargeld, een broodfonds of – als je inkomen onder het sociaal minimum komt – bijstand via de gemeente (Bbz of algemene bijstand). Deze regelingen hebben voorwaarden en zijn meestal tijdelijk. Bij langdurige ziekte loop je het meeste financiële risico, waardoor voorbereiding en risicospreiding essentieel zijn.
Wat gebeurt er financieel als je ziek wordt als zzp’er?
Als je door ziekte niet kunt werken, stopt meestal direct je omzet. Tegelijk blijven vaste lasten doorlopen, zoals:
- Huur of hypotheek
- Zorgverzekering en andere verzekeringen
- Boodschappen en dagelijkse uitgaven
Zonder buffer kan dit binnen enkele maanden tot betalingsproblemen leiden, vooral bij langdurige uitval.
Welke opties heb je zonder AOV?
Als je ziek bent en geen arbeidsongeschiktheidsverzekering hebt, zijn dit de meest voorkomende mogelijkheden:
- Spaargeld of financiële buffer – Eigen reserves zijn vaak de eerste oplossing. Hoe lang je hiermee rondkomt, hangt af van je vaste lasten en spaarniveau.
- Bijstand voor zelfstandigen (Bbz) – Via de gemeente kun je mogelijk tijdelijke ondersteuning krijgen om in je levensonderhoud te voorzien. Dit is geen automatische uitkering: je bedrijf en privévermogen worden getoetst en voorwaarden verschillen per gemeente.
- Algemene bijstand (Participatiewet) – Als je inkomen onder het sociaal minimum komt en je weinig vermogen hebt, kun je hiervoor in aanmerking komen. Dit is meestal een laatste vangnet.
- Broodfonds – Een broodfonds is een collectief van zelfstandigen die elkaar financieel ondersteunen bij ziekte. De uitkering is tijdelijk en bedoeld voor kortdurende arbeidsongeschiktheid, niet voor langdurige uitval.
- Hulp van familie of vrienden – Informele ondersteuning kan soms helpen, maar is geen structurele oplossing.
Wat zijn de beperkingen en risico’s van deze oplossingen?
- Bijstand is tijdelijk en aan strenge voorwaarden gebonden
- Een broodfonds keert meestal maar maximaal 1–2 jaar uit
- Spaargeld kan snel opraken bij langdurige ziekte
- Geen van deze opties biedt structurele inkomenszekerheid bij langdurige arbeidsongeschiktheid
Daarom is het belangrijk onderscheid te maken tussen kortdurende ziekte en langdurige of blijvende uitval.
Hoe kun je je beter voorbereiden op ziekte als zzp’er?
Praktische maatregelen om risico’s te beperken:
- Bouw een buffer op van minimaal 3–6 maanden vaste lasten
- Breng je maandelijkse minimale kosten duidelijk in kaart
- Overweeg collectieve of alternatieve vangnetten
- Evalueer periodiek of een AOV of andere oplossing past bij je situatie
Preventie – zoals een gezonde leefstijl en een professioneel netwerk – helpt, maar voorkomt niet alle risico’s.
FAQ – Veelgestelde vragen
Heb je als zzp’er recht op doorbetaling bij ziekte?
Nee. Als zelfstandige ben je zelf verantwoordelijk voor inkomensopvang bij ziekte, tenzij je dit privé of collectief hebt geregeld.
Is bijstand voor zzp’ers automatisch beschikbaar bij ziekte?
Nee. Je moet voldoen aan voorwaarden zoals een inkomenstoets, vermogenstoets en levensvatbaarheid van je onderneming.
Is een broodfonds hetzelfde als een verzekering?
Nee. Een broodfonds is een onderlinge afspraak tussen ondernemers en biedt geen dekking bij langdurige arbeidsongeschiktheid.
Wat is het grootste risico zonder AOV?
Langdurige ziekte zonder inkomen, waarbij spaargeld en tijdelijke regelingen niet toereikend zijn.
